Flitsmarathons en snelheidscamera’s hebben nauwelijks effect

Tot deze conclusie kwamen onderzoekers van de Duitse universiteit van Passau. En dat heeft volgens hen twee oorzaken.

De grootste reden dat snelheidscontroles nauwelijks werken, is het menselijk gedrag. Wie remt er nu niet voor een flitspaal om nadien terug op te trekken? En ook trajectcontroles brengen nauwelijks soelaas. Bestuurders proberen immers vaak de gemiddelde snelheid (al dan niet met behulp van bijvoorbeeld een Coyote) zo kort mogelijk te benaderen door op bepaalde momenten over de snelheidslimiet te gaan en zo verloren tijd (bijvoorbeeld achter een vrachtwagen) terug goed te maken. En na die trajectcontrole gaat het merendeel van de bestuurders … inderdaad terug op het gas.

Pakkans moet omhoog

De tweede factor is de lage pakkans en de relatief lage boetes die hardrijders krijgen. Mensen hebben volgens de studie een soort ingebouwde snelheidsregelaar die rekening houdt met de verkeerssituatie. En die ligt meestal hoger dan de opgelegde maximumsnelheid. Die snelheidsregelaar krijg je enkel naar beneden bijgesteld wanneer weggebruikers het gevoel krijgen dat ze gecontroleerd zullen worden en/of een hoge boete vrezen.

Als de pakkans omhoog moet, zijn grootschalige flitsmarathons dan een goed idee? Uit het onderzoek blijkt alvast dat er tijdens een controleperiode een flinke afname (gemiddeld acht procent) van het aantal ongevallen is op de bewuste plekken. Maar het effect is tijdelijk en verdwijnt korte tijd na het afblazen van de flitsmarathon.