Het succesrecept: Aston Martin DBX

Bij Aston Martin hadden ze wel wat meer verwacht van hun beursgang. De koers van de Britse constructeur kleurde de laatste maanden echter flink rood en dus zitten ze aan de andere kant van het Kanaal met de handen in het haar … en komt Aston met de enige oplossing die ze in autoland kennen.

En dat is: een SUV bouwen. Deze DBX moet voor Aston Martin worden wat de Cayenne voor Porsche betekende. De nodige financiële ademruimte door de grote vraag en dito winstmarges die bij een dergelijk model horen. Ook de Britse vrienden van Bentley en Rolls-Royce bekeerden zich in het verleden al tot de bouw van een hoogpoter, in dat opzicht kan Aston eigenlijk niet achterblijven.

DBX wordt dus de naam van de nieuwste telg in het gamma van de Britse constructeur. Hij staat op een nieuw aluminium platform en hij wordt in elkaar gesleuteld in een gloednieuwe fabriek op het terrein van een gesloten luchtmachtbasis. Onder de motorkap ligt dan weer een vertrouwde motor, die van AMG die Aston ook in de Vantage of DB11 lepelt. In de DBX is hij goed voor 550 pk en 700 Nm. Voldoend power voor de 2.245 kilo zware SUV om binnen de 4,5 seconden naar 100 km/u te sprinten. Topsnelheid? Een duizelingwekkende 291 km/u.

Verder merken we een negentraps automaat op, die het vermogen naar de vier wielen stuurt. Als je het lief vraagt, kan de DBX ook al zijn power kwijt aan de achterwielen zodat je lekker zijwaarts kan gaan. Luchtvering is standaard en de auto kan 45 millimeter omhoog voor baggerwerk of 15 millimeter omlaag voor sportief bochtenwerk. Bij het in- en uitstappen zakt hij sowieso 50 millimeter. Tot slot ka je het reservewiel dumpen voor een waterdichte zak voor modderlaarzen of wetsuits. Wie zei dat dit soort wagens nooit een spatje modder van dichtbij zou zien?