Test Ford Puma: Killerinstinct

Net als alle andere zoogdieren heeft ook de Ford Puma een aangeboren drang om te overleven in een voortdurend evoluerend (auto-)klimaat. Zelfs als daar een volledige metamorfose voor nodig is.

Autoliefhebbers van het eerste uur zullen zich de Ford Puma ongetwijfeld nog herinneren als die compacte, katachtige coupé uit de late jaren ’90. De op de toenmalige Ford Fiesta gebaseerde sportieveling wist het jonge volkje te charmeren met zijn ‘vlotte’ looks en dito karakter, al bleek de trend van de kleine – en vooral bijzonder onpraktische – sportcoupés er uiteindelijk toch één van voorbijgaande aard.

Dat laatste kan alvast al lang niet meer gezegd worden van het segment waarin deze herboren Puma opereert, want een compacte crossover is, Evelien Bosmans niet te na gesproken, zowat het heetste wat je dezer dagen aan de man kunt brengen. Of die sexy verpakking ook volstaat om gevestigde waarden als de Renault Captur, Peugeot 2008 en Volkswagen T-Roc van hun sokkel te duwen (en zodoende de eigen Ecosport volledig overbodig te maken), mochten we zopas eigenhandig gaan uitzoeken op de uitnodigende stuurmanswegen in de buurt van het Spaanse Malaga. 

Fiesta-DNA

Je zou het een historisch toeval kunnen noemen, feit is dat ook de Puma 2.0 verrassend genoeg teruggrijpt naar de technische fundamenten van de Fiesta. Het platform werd weliswaar grondig hertimmerd om de 4,18 meter lange crossover (14,6 cm meer dan de Fiesta) voortaan netjes in het hokje van de B-segmenters te doen passen, met onder meer een 9 centimeter langere wielbasis, een 6 centimeter breder spoor en een wat stijver afgestelde ophanging om het hogere zwaartepunt te counteren.

Op dat herbouwde onderstel plaatste Ford een visueel naar achter leunend silhouet, dat – en we citeren de designafdeling – ‘de aanvalshouding van een roofdier nabootst’. Effectief, de Puma oogt van nature veel atletischer dan de dertien-in-een-dozijn-SUV’s die hij in het vizier neemt… en zeker ook de eigen EcoSport, die min of meer in dezelfde vijver vist. Wie wenst, kan het uiterlijk vertoon nog versterken door te kiezen voor een wat sportiever uitgedoste ST-Line variant, die optioneel ook nog eens geschoeid wordt met forse 19-duimsvelgen. Liever wat luxueuzer? Dan is de ST-Line X Vignale – wie raakt daar eigenlijk nog aan uit? – de versie die je hebben moet.

Hoewel het interieur quasi rechtstreeks overgenomen werd uit de Fiesta (uitgezonderd een digitale instrumentencluster, die bij gebrek aan configuratiemogelijkheden of kaartgegevens maar weinig meerwaarde biedt), heeft Ford zich wel de moeite getroost om de Puma van de nodige praktische troeven te voorzien. De versies met stoffen zetels beschikken bijvoorbeeld over afritsbare en dus ook afwasbare zetelhoezen, wat ons betreft een gouden zet om punten te scoren bij jonge gezinnen.

Voor een familiewagen valt het plaatsaanbod achterin eerder gemiddeld te noemen, maar dat geldt allesbehalve voor het laadruim. We doelen daarmee niet eens op het puike volume (456 liter), maar vooral op de doordachte manier waarop de ingenieurs zijn omgegaan met die beschikbare ruimte. Zo is de flexibele hoedenplank bevestigd aan de binnenwand van de (optioneel met een voetzwaai te openen) kofferklep, en schuilt er onder de verstelbare bodem ook nog eens een 80 liter grote MegaBox, waarmee de laadhoogte in één klap vergroot tot zowat 1,15 meter. Dankzij een waterdichte binnenkant en een bijkomende afvoer kan je er bovendien ook je vuile laarzen of je pas gekochte plant of goudvis in kwijt. Dat de mensheid daar niet eerder op gekomen is…

Hybride, of toch een beetje

Onze eerste meters achter het stuur van de Puma haspelden we af met de behoorlijk luxueus aangeklede Titanium X-versie, aangedreven door de alom bejubelde 1.0 EcoBoost-driecilinder met 125 pk. Een gekend blok, zou je op het eerste gezicht denken… maar dat is zonder de EcoBoost Hybrid-aanduiding op de kofferklep gerekend. In tegenstelling tot de Renault Captur of Kona Hybrid, concurrenten die opteren voor respectievelijk plug-in en full hybrid techniek, houdt Ford het echter bij een milde vorm van hybridisatie, waarbij de benzinemotor wordt ondersteund door een riemaangedreven starter-generator en een 48V lithium-ionbatterij. Die mild hybride motorisaties zijn leverbaar op de 1.0 EcoBoost-versies met 125 of 155 pk, en worden uitsluitend aangeboden in combinatie met een manuele zesbak. Tegen de zomer wordt het gamma uitgebreid met een zeventrapsautomaat (weliswaar enkel op de niet-hybride EcoBoost met 125 pk) en een 120 pk sterke 1.5 TDCI-zelfontbrander.

Leve Lommel

Nu goed, naast een bescheiden verbruikswinst van 0,3 liter/100 km moet het elektrische duwtje van die EcoBoost Hybrid in de praktijk vooral extra souplesse opleveren, een stelling die we gerust willen onderschrijven nadat we ons er zo’n 200 kilometer lang een weg mee hebben gekliefd door het Andalusische berglandschap. Met dank aan de aanstekelijke driecilinderroffel en dus ook de 50 elektrische Newtonmeters, die de opspoelende turbo bijspringen tijdens het hernemen.

De elasticiteit van het gewillige EcoBoost-molentje imponeert, net als de naturel waarmee de Puma als een dartele hinde van de ene apex naar de volgende danst. Op papier afficheert Ford een 0-tot-100-chrono in 9,8 seconden, een tijd waar je, zij het slechts gevoelsmatig, nog een stukje lijkt onder te duiken. Tijdens onze eerste testrit gaf de boordcomputer een verbruik van net geen 7 liter aan, maar in ‘normale’ omstandigheden zou het best mogelijk moeten zijn het opgegeven gemiddelde van 5,4 liter (126 gram CO2/km) te reproduceren.

Kortom: hoewel ze al van een gezonde basis konden vertrekken, hebben de chassis- en andere techneuten van Ford Lommel dus opnieuw berenwerk verricht. Een crossover die hetzelfde evenwicht vindt tussen comfort en rijplezier? De Mazda CX-30 komt wellicht nog het dichtst in de buurt, al ontbreekt die wel de punch waarmee deze Puma zich van A naar B laat sturen. Misschien had het stuur wat directer mogen communiceren wat de voorwielen exact aan het uitvreten zijn, al hoef je geen groot piloot te zijn om eventueel onderstuur tijdig op te vangen.

Conclusie

De Ecosport blijft weliswaar een fractie goedkoper, maar verder laat de compacte Ford-SUV zich op zowat alle vlakken overklassen door deze nieuwe Puma, die we hebben leren kennen als een prettig sturende en verrassend veelzijdige crossover. Met een basisprijs van 23.600 euro valt de mild hybrid-variant van de Puma zo’n 400 euro duurder uit in vergelijking met de klassieke 125 pk-benzine, een meerprijs die je na verloop van tijd wel weet te recupereren via (iets) lagere taksen en een (iets) lager verbruik.

Al bij al vormt deze Puma een competitief aanbod in een nog competitiever segment, met een sportieve insteek die zelfs de echte autofiel – een ras dat doorgaans zijn neus ophaalt voor dit soort hoogpoters – misschien wel aan het twijfelen kan brengen…