Test Polestar 1: GT met twee gezichten

Met een puur elektrische strategie wil Polestar zijn plaatsje in het autolandschap veiligstellen. Een principe dat het al meteen verloochent met zijn eerste model, dat de logische (maar niet echt creatieve) naam “Polestar 1” krijgt. Ach ja, aandacht trekken is belangrijker bij een debuut dan consequent zijn.

En aandacht trekken, dat doet de Polestar 1 zeker, alleen al door zijn cijfertjes. Maar liefst 600 pk sterk is deze PHEV, de enige die het merk zal bouwen. Voor de rest van het gamma kiest Polestar immers wel voor 100% elektrisch, te beginnen met de “2”. 309 van zijn paarden komen van de plug-in hybride aandrijflijn die we kennen uit de Volvo V90 T8, 62 paarden komen van de starter-generator en 232 pk wordt gegenereerd door de elektromotor op de achteras. Samen zijn die in de Polestar 1 goed voor een systeemvermogen van 600 pk en 1.000 Nm, voldoende om binnen de 4,2 seconden naar 100 te schieten.

Polestar 1

Mooie prestaties, maar toch is het model vooral als een GT geschapen. Eentje waar je ook elektrisch je streng mee kan trekken. Maar liefst 34 kWh groot is de batterij, genoeg voor een elektrische autonomie van 125 km. Geen enkele plug-in hybride doet op het eerste gezicht beter. En met een elektrische topsnelheid van 160 km/u kan je die grote batterij in alle omstandigheden gebruiken.

GT-jasje … met Volvo-knopen

En dat karakter van een Gran Tourer wordt ook doorgetrokken naar het design. Esthetisch gezien is deze Polestar 1 gebaseerd op de Volvo Concept Coupé die al in 2013 aan de wereld werd voorgesteld. Een jasje dat hem wonderwel past. Hij is strak zonder arrogant te zijn. Knap zonder om aandacht te schreeuwen. Dynamisch zonder te koop te lopen met de sportieve prestaties die je van een 600 pk sterke GT zou verwachten. Nog iets te veel “Volvo”? Dat wel, maar bij Polestar verzekeren ze ons dat de designtalen van de twee merken naar de toekomst toe meer uit elkaar gaan groeien.

Toch is die Volvostempel één van de grote euvels in deze Polestar. Het interieur draagt al helemaal het brandmerk van Polstars Zweedse zusterbedrijf. Voor een volledig nieuw merk vonden we verdacht snel onze draai in de Polestar 1 omdat hij haast volledig is opgebouwd uit Volvo-materiaal. Voor 160.000 euro verwacht je toch net iets anders …

Vlot aandrijfgeheel

De 1 ligt op het SPA-platform dat we kennen van de Volvo S90 en V90, zij het 20 cm ingekort en met enkele onderdelen uit carbon om de carrosseriestijfheid van het model positief te beïnvloeden. Desondanks blijft deze plug-in een stevig baasje dat 2.350 kilo op de weegschaal zet. Al merk je daar niet zo bijster veel van. De vierwielaangedreven Polestar 1 is voorzien van Torque Vectoring, een technologie die meer vermogen naar de buitenste wielen stuurt. Iets dat je vooral in langer doordraaiende bochten gewaar wordt. Het maakt van deze plug-in geen ware bochtenpikker – daarvoor geeft het stuur net iets te weinig vertrouwen, staan de dempers net iets te zacht en bestaan er wetten van de fysica – maar je kan wel vlot en soepel een hoekje omdraaien.

Polestar 1

Soepel en vlot, dat kan je ook zeggen over de aandrijflijn van de wagen. Ietwat vlakke maar felle acceleraties, een vlotte overgang tussen beide motoren en een responsief gaspedaal maken rijden een plezier. Enkel de viercilindermotor produceert een onaangenaam geblaf wanneer je hem echt aan het werk zet. Naar onze bescheiden mening had een karaktervolle zescilinder niet misstaan in dit model. En nu we toch ons kritisch petje ophebben: eens de batterij leeg is, is de magie van de acceleratie wat weg. Je kan nog altijd vlot mee met het verkeer, maar een derde van het vermogen minder hebben … je wordt het toch pijnlijk gewaar …

D(e/o)mper

Desalniettemin kan de Polstar 1 rijprestaties voorleggen die bij een GT passen. Maar de rest van de opbouw van de wagen is dat veel minder. Enkele afwerkingsdetails konden beter voor een wagen van 160.000 euro. De plaatsen achteraan zijn dan weer onbruikbaar en fungeren eigenlijk als de echte koffer, want alle bijna plaats in dat compartiment van de Polestar wordt ingenomen door zijn batterijen (je hebt slechts 143 liter stockageruimte). En dan is er nog het verhaal van de adaptieve Öhlinsdempers.

Polestar 1

Adaptieve dempers zijn beschikbaar op heel wat moderne GT’s, maar die zijn van de soort die je kan instellen via het infotainmentscherm. De Polestar 1 heeft 22 verschillende standen … die je manueel aan de demper moet instellen. Voor de achterste dempers heb je zelfs een krik nodig. Nu niet meteen iets dat je associeert met een zorgeloze GT.

Conclusie

De Polestar 1 toonde twee gezichten tijdens onze test. Voor een pure racewagen is hij uiteraard niet radicaal genoeg, maar als GT laat hij ook enkele steekjes vallen. Wat de Polestar 1 wel is, is een steengoede plug-in hybride. De elektrische aandrijflijn en de verbanginsmotor werken in een mooie synergie samen en ondanks onze enthousiaste rijstijl wisten we een meer dan schappelijke 5 l/100 km op ons verbruiksrapport te scoren. Voor de lange afstanden is deze Chinese Zweed dan ook uiterst geschikt. Al zal je wel je bagage moeten thuislaten met die kleine koffer. Zoals we al zeiden: als GT laat hij enkele steekjes vallen …