Test Seat Mii Electric: Zo simpel kan het zijn

“Het segment van de ministadswagens is op sterven na dood”, een aantal autobouwers lopen het tegenwoordig in koor te foeteren. “Klopt”, zegt Seat… tenzij je er een stekker aan hangt.

Elektrische auto’s gedijen per definitie het best in een stadsomgeving met veel start- en stopverkeer, toch zijn het op dit moment nog steeds grote berlines (Tesla Model 3 en Model S) en rijzige SUV’s (Audi e-tron, Mercedes-Benz EQC) die in elektroland de forcing voeren. Naar de oorzaak is het niet lang zoeken: de hoge ontwikkelingskost van een elektrische aandrijflijn valt nu eenmaal makkelijker te recupereren met prijzige prestigemodellen dan met goedkope stadswagens, een markt waarop de marges sowieso al flinterdun zijn. Betaalbare EV’s met een respectabel rijbereik? Eén hand volstaat om ze te tellen. De inhaalbeweging leek nochtans ingezet met de Peugeot e-208, Opel Corsa-e en Honda e, toch happen ook die elektrische nieuwkomers al gauw z’n 30.000 à 35.000 euro uit je gezinsbudget.

En dan is er plots deze Seat Mii Electric, die je vanaf februari voor – hou je vast – 17.290 euro op je oprit kan parkeren. Op voorwaarde dat je je krabbel voor 31 december onder een bestelbon zet en nog snel de inmiddels opgedoekte Vlaamse premie van 4.000 euro meegrist, welteverstaan. Breng je ook nog de lagere gebruiks- en onderhoudskosten in rekening, dan moet je stilaan concluderen dat elektrisch en budgetvriendelijk wel degelijk hand in hand kunnen gaan. Een medaille die echter ook een keerzijde heeft, maar daar komen we zo dadelijk nog op terug. 

Dat Seat erin geslaagd is om zijn allereerste EV aan zo’n scherpe prijs te commercialiseren, is in eerste instantie natuurlijk te danken aan de nauwe banden die die het Spaanse merk onderhoudt met moederhuis Volkswagen. Zo is deze Mii Electric niet meer (noch minder) dan een omgebouwde Volkswagen Up!, een autootje dat in 2010 zijn carrière startte als een klassieke benzinewagen om zich in 2013 om te scholen tot elektromobiel. Die e-Up! heeft zopas een technologische update (lees: een grotere batterij) gekregen om zijn actieradius aanzienlijk te vergroten, het ideale moment voor Seat om mee op de elektrische kar te springen.

Tot 260 kilometer

De welgekomen batterijwissel (de capaciteit groeide van 18,7 tot 32,3 kWh) levert op papier een WLTP-rijbereik tot 260 kilometer op, in het tragere stadsverkeer zou de Spaanse stadsmus het zelfs tot 360 kilometer moeten kunnen uitzingen. Dankzij de relatief compacte batterij hoeven klanten bovendien niet te vrezen voor eindeloze laadbeurten: opladen kan in zo’n 4 uur aan een éénfasige wallbox (7,4 kW), via een CSS-snellader op gelijkstroom (40 kW) beschikt de Mii Electric na een uurtje al over 80 procent van de totale batterijcapaciteit.

Tijdens onze eerste kennismaking op Spaanse bodem, waar we de Mii Electric zowel snelwegen als Madrileens stadsverkeer voor de wielen schoven, kwamen we uit op een gemiddeld verbruik van net geen 16 kWh/100 km, goed voor een reële actieradius van iets meer dan 200 kilometer. Warmer weer (tijdens onze testrit wees het kwik slechts 8 graden aan, nvdr) en/of een gezapiger tempo zouden dus moeten volstaan om zo’n 250 kilometer te halen op één enkele batterijlading, wat niet wegneemt dat het ook in tijden van klimaatopwarming… nog wel eens durft te vriezen.

Los van die klimatologische kanttekening heeft de Mii Electric ons nog maar eens bevestigd dat elektrisch rijden allesbehalve een straf is. Dankzij het instant beschikbare koppel (212 Nm) van de nochtans slechts 83 pk sterke elektromolen neemt de vinnige Spanjaard keer op keer de kopstart, door de afwezigheid van een klassieke versnellingsbak neemt de spurt van 0 tot 50 km/u dan ook slechts 3,9 seconden in beslag. Eens op kruissnelheid kreeg de kleine Mii onze handen op elkaar met zijn ultieme werkingsstilte, en dankzij de lage inplanting van de nochtans 300 kilogram zware lithium-ionbatterij valt er – ondanks de vrij afstandelijke stuurbekrachtiging – nog wat rijplezier te beleven ook. Wie de nog geen ton wegende benzineversie ooit gereden heeft, zal wellicht voelen dat de ophanging wat stugger reageert op infrastructurele oprispingen, toch blijft deze Mii Electric onder alle omstandigheden een voorspelbare en comfortabele metzegel.

Ja, we weten het, we hebben tot nog toe al behoorlijk wat medailles uitgedeeld. Maar hoe zat dat ook alweer met die keerzijde?

Analoge EV

Hoewel de amper 3,56 meter lange Mii Electric met z’n krappe achterbank en dito koffer(tje) van 251 liter lang niet aan ieders wensen zal voldoen, strekt het Seat tot eer dat de constructeur elektrisch rijden betaalbaar wil maken voor de massa. Alle nobele intenties ten spijt, dien je er wel rekening mee te houden dat je je in deze prijscategorie niet al te veel illusies hoeft te maken. Vooral in het interieur voel je meteen dat deze Seat Mii al behoorlijk wat jaren op de teller heeft, een fysieke handrem, analoge laadmetertjes of een klassiek sleutelcontact zijn zaken die – zeker in een elektrische context – passen als een tang op een varken.

Seat probeert de pil wel te verzachten door de Mii Electric van meet af aan volledig aan te kleden, met zaken als een airconditioning, elektrisch bediende ruiten, een rijstrookassistent, verwarmde zetels, parkeersensoren achteraan, automatische lichten en een regensensor.

Conclusie

De critici die bij hoog en bij laag blijven beweren dat elektrisch rijden enkel voor de happy few is weggelegd, mogen bij deze een andere nagel zoeken om op te slaan. Niet dat de Seat Mii Electric de beste of meest complete EV is die je vandaag kunt kopen, toch biedt de Spanjaard relatief veel waar voor bijzonder weinig geld. Kan je leven met het vrij beperkte kofferruim en het niet al te jonge design, voel je je klaar om de stap naar elektrisch rijden te zetten en wil je van onze Vlaamse overheid graag een kerstcadeau van 4.000 euro ontvangen? Haast je dan maar naar je lokale Seat-dealer, de tijd dringt…

PRO

Vinnige en wendbare stads-EV
Rëele prijsbreker (met of zonder premies)
Reële autonomie

CONTRA

Gedateerde basis
Beperkt ruimteaanbod